Bestuursverbod na faillissementsfraude

Een bestuurder die faillissementsfraude pleegt of zich in aanloop naar een faillissement schuldig heeft gemaakt aan wangedrag kan een bestuursverbod van maximaal vijf jaar opgelegd krijgen. Naar verwachting zal deze toevoeging aan de Faillissementswet per 1 januari 2016 in werking treden.

Faillissementsfraude

Onder faillissementsfraude verstaan we:

  • Gedrag dat vóór (of soms zelfs tijdens) een faillissement plaatsvindt, met de opzet schuldeisers te benadelen. 
  • Het onrechtmatig handelen van een bestuurder ten opzichte van een specifieke schuldeiser, bijvoorbeeld door financiële verplichtingen aan te gaan, wetende dat de onderneming hier niet aan kan voldoen.
  • Het onbehoorlijk besturen van de vennootschap, zoals het wegnemen of onttrekken van bezittingen van het bedrijf, en het voeren van een onbehoorlijke boekhouding.
  • Doelbewust de verhaalspositie van schuldeisers benadelen of verminderen, bijvoorbeeld door onverantwoorde schulden aan te gaan

De meest duidelijke vorm van faillissementsfraude is wanneer een vennootschap is verkocht aan een kwaadwillig persoon, die gebruik maakt van een zogeheten schijnbestuurder of katvanger. Dit is iemand die de onderneming niet werkelijk bestuurt, maar een vergoeding krijgt om de vennootschap ‘op papier’ op naam te hebben. Daarmee houdt hij de eigenlijke bestuurder buiten beeld.

In deze constructie komt het geregeld voor dat de vennootschap wordt gebruikt om goederen te bestellen, die geleverd worden op een aangewezen afleveradres, om daarna onbetaald te blijven. Na het uitspreken van het faillissement treft de curator dan vaak geen administratie aan. Gevolg is dat de schuldeisers met (grote) onbetaalde vorderingen blijven zitten.

Bestuursverbod

Het bestuursverbod houdt in dat deze bestuurder niet (meer) als bestuurder of commissaris mag optreden in dezelfde of een andere organisatie. Dit verbod dient ertoe faillissementsfraude effectiever te bestrijden en te voorkomen dat frauduleuze bestuurders hun activiteiten kunnen voortzetten en zo meer crediteuren kunnen benadelen.

Als tot drie jaar voor het faillissement sprake is geweest van kennelijk onbehoorlijk bestuur zoals hierboven omschreven kan de bestuurder een civielrechtelijk bestuursverbod worden opgelegd van maximaal vijf jaar. Dit kan op verzoek van het Openbaar Ministerie of de curator in de faillissementszaak worden opgelegd door de civiele rechter.

Wapen uzelf tegen faillissementsfraude

Voor de aanpak van fraude bij faillissementen is het belangrijk dat u zelf ook alert bent. In het volgende artikel geven wij u hiervoor enkele concrete tips. Lees meer over hoe u zich kunt wapenen tegen faillissementsfraude.

Reageren