Bodembeslag: beter voorkomen want moeilijk te genezen

Marielène de Ruijter-van den BrandDe Belastingdienst kan zich in principe bij voorrang op het gehele vermogen van de belastingschuldige verhalen. Zij kan bijvoorbeeld beslag leggen op roerende zaken die zich letterlijk bevinden op de bodem van de belastingschuldige: het zogenaamde ‘bodembeslag’. Het gaat daarbij om inventaris, zoals machines, computers, kantoormeubilair etc. Voorraden zijn overigens geen bodemzaken. De fiscus kan zowel vóór als ná faillissement bodembeslag leggen.

Het bodembeslag kan ook roerende zaken treffen die eigendom zijn van anderen, zoals zaken die onder huurkoop of eigendomsvoorbehoud zijn geleverd of zaken die zijn geleased. De eigenaar kan verweer voeren tegen de beslaglegging op zijn zaken door een beroepschrift in te dienen bij de Belastingdienst. Haast is geboden, want het beroepschrift moet vóór de datum van de verkoop van de in beslag genomen zaken en uiterlijk 7 dagen na de datum waarop het bodembeslag is gelegd, zijn ingediend.

Ook kan er bij de Belastingdeurwaarder een verzetschrift worden ingediend tegen de beslaglegging. Dit heeft tot gevolg dat het bodembeslag als bewarend (conservatoir) beslag geldt. De Belastingdienst kan dan slechts tot uitwinning van het beslag overgaan, nadat zij hiervoor een zogenaamde ‘executoriale titel’ (vonnis) van de rechter heeft verkregen. De Belastingdienst zal de eigenaar dus moeten dagvaarden.

De eigenaar zal zijn zaken terug kunnen krijgen indien hij kan aantonen dat sprake is van zogenaamde ‘reële eigendom’. Reële eigendom is de situatie waarin een zaak zowel in juridische als economische zin in overwegende mate aan de eigenaar toebehoort. Hiervan is doorgaans sprake in geval van huur of operational lease. Omdat de zaken bij eigendomsvoorbehoud en financial lease in economische zin aan de belastingschuldige toebehoren, is hier geen sprake van reële eigendom en is de Belastingdienst aldus niet gehouden de zaken aan de eigenaar terug te geven.

Maar hoe weet je als eigenaar van een zaak, die zich op de bodem van een klant bevindt, of de Belastingdienst er bodembeslag op heeft gelegd? In die gevallen waarin de Belastingdienst bekend is met het feit dat zaken waarop zij bodembeslag heeft gelegd eigendom zijn van anderen, is de Belastingdienst gehouden de eigenaar van die zaken schriftelijk binnen acht dagen na beslaglegging via de Belastingdeurwaarder op de hoogte brengen van het bodembeslag. Indien de Belastingdienst echter niet bekend is met het feit dat de zaken aan een ander toebehoren, dan zal zij uiteindelijk toch tot verkoop van de zaken kunnen overgaan zonder dat de eigenaar hierover wordt geïnformeerd.

Voorkom dan ook dat uw zaken onder het bodemvoorrecht van de Belastingdienst vallen. U kunt bijvoorbeeld de zaken fysiek afvoeren van de bodem van de belastingschuldige voordat het bodembeslag wordt gelegd (afvoerconstructie), maar u moet dan wel weten dat er een bodembeslag te verwachten is.

In de Faillissementswet is bepaald dat een door de Belastingdienst gelegd bodembeslag niet kan worden tegengeworpen aan de eigenaar van de zaak indien deze, voordat het bodembeslag was gelegd bij deurwaardersexploot, aanspraak heeft gemaakt op afgifte van de zaak.

Onlangs heb ik op deze manier met succes voor een klant kunnen voorkomen dat een door haar aan de belastingschuldige in huurkoop geleverde drukwerkmachine, die zich op de bodem van de belastingschuldige bevond, onder het bodembeslag zou vallen. De Belastingdienst heeft de machine direct vrijgegeven nadat zij het deurwaardersexploot, waarin werd verzocht tot afgifte van de zaken over te gaan, onder ogen kreeg.

Indien u wordt geconfronteerd met een bodembeslag, of liever nog voordat de Belastingdienst bodembeslag gaat leggen bij uw klant, neem dan contact met ons op. Wij geven u graag advies.

mr. M.M.H. de Ruijter - van den Brand

Reageren