De procedure gerechtelijke reorganisatie: de doodsteek voor alle schuldeisers?

  • donderdag 18 juli 2013 | Marketing afdeling

Voor u als schuldeiser is het in deze tijden van crisis steeds moeilijker om uw vorderingen te innen op uw debiteuren. Ook in België heeft de economische malaise dermate gevolgen dat u vaker en sneller geconfronteerd zal worden met een faillissement of een debiteur die de bescherming heeft gezocht van de procedure gerechtelijke reorganisatie. Wat is nu precies die procedure gerechtelijke reorganisatie?

De procedure gerechtelijke reorganisatie, ook WCO (Wet Continuïteit Ondernemingen), geeft aan handelaars of firma’s met ernstige financiële problemen die als gevolge daarvan niet aan hun onmiddellijke betalingsverplichtingen kunnen voldoen, een tijdelijke bescherming tegen schuldeisers. Deze handelaars of firma’s moeten deze periode gebruiken om financieel orde op zaken te stellen en maatregelen te nemen om de continuïteit van de onderneming zoveel als mogelijk zeker te stellen.

Er zijn in de wet drie mogelijkheden om dit genoemd herstel te bewerkstelligen:

Een minnelijk akkoord

Dit akkoord heeft een vrijwillig karakter. De schuldenaar blijft volledig beschikkingsbevoegd en sluit dit akkoord met tenminste twee schuldeisers.

Een collectief akkoord

Dit collectief akkoord komt momenteel het meeste voor. De schuldenaar moet een volledig dossier overleggen aan de Rechtbank en een plan ter reorganisatie opstellen. De schuldenaar is volledig vrij om in dit plan te bepalen welk percentage ieder van de schuldeiser ontvangt. Het percentage kan dus per schuldeiser variëren tussen de 0% en 100%. Over dit plan, dat maximaal een periode van vijf jaar kan dekken, zal door de schuldeisers met dubbele meerderheid gestemd moeten worden ter zitting van de Rechtbank van Koophandel. Dit betekent concreet dat het plan is geaccepteerd als de meerderheid van de op de stemming aanwezige schuldeisers, die samen ten minste de helft van het totaal verschuldigde bedrag vertegenwoordigen, voor stemt. Met de schuldeisers die niet aan de stemming deelnemen, wordt geen rekening gehouden. Indien het plan door de stemming komt, zal de rechtbank het plan homologeren. De homologatie door de Rechtbank maakt het plan bindend voor alle schuldeisers wiens schuldvorderingen in de opschorting zaten. Zelfs als u tegen heeft gestemd of u heeft niet gestemd , bent u verplicht om ‘de massa’ te volgen.

Overdracht onder gerechtelijk gezag

Bij deze vorm van herstel is het de rechtbank die via een gerechtsmandataris het geheel of een deel van de firma of diens activiteiten zal overdragen aan een derde, waarbij de schuldenaar zelf geen enkele beslissingsmacht meer zal hebben. Tijdens de periode van opschorting/bescherming, die maximaal 18 maanden kan duren, kan de schuldenaar niet failliet worden verklaard en worden alle beslagen opgeschort. Het is dan ook niet verwonderlijk dat er veel gebruik wordt gemaakt van deze wet. Spijtig genoeg is de drempel om toegelaten te worden tot de procedure zeer laag, zodat er ook zeer veel misbruik van wordt gemaakt. Wellicht niet in de laatste plaats om deze reden zal op korte termijn worden gestemd over een nieuw wetsontwerp.

In de nieuwe wet worden toelatingsvereisten verscherpt om zo vertragingsmanoeuvres en ander misbruik ten nadelen van de schuldeisers aan te pakken. Verder beschermt de nieuwe wet schuldeisers die rechten hebben verworven, in een eerdere procedure van gerechtelijke reorganisatie, als de schuldenaar tussen de 3 en 5 jaar na deze eerste procedure opnieuw een beroep moeten doen op de WCO. Ook de verplichting tot verstrekking van informatie door de schuldenaar wordt verzwaard wat in het belang is van de schuldeiser.

Verder – en niet onbelangrijk – wordt in de nieuwe wet de mogelijkheid beperkt om bepaalde schuldeisers uit te sluiten van in het reorganisatieplan, door in de wet op te nemen dat alle schuldeisers ten minste 15% van hun vordering moeten ontvangen. Wanneer hiervan wordt afgeweken en men een gedifferentieerde behandeling van schuldeisers wenst, geeft de nieuwe wet een extra garantie voor de openbare schuldeisers die een voorrecht genieten, zoals bv. de Rijksdienst Sociale Zekerheid. Deze bevoorrechte schuldeisers mogen nooit minder gunstig worden behandeld dan de best behandelde gewone schuldeisers. Concreet voorbeeld: Als men u als schuldeiser 50% van uw vordering wenst te betalen, is men verplicht om ook voor de Rijksdienst Sociale Zekerheid deze 50% te voorzien.

De vrees dat deze nieuwe bepaling tot gevolg zal hebben dat u als schuldeiser nooit meer dan 15% krijgt toebedeeld, is dan ook reëel nu dit de enige manier is om te voorkomen dat men ook aan de openbare bevoorrechte schuldeisers meer dient te betalen dan slechts 15%.

Of de nieuwe wet uiteindelijk een verbetering zal zijn ten opzichte van de huidige toestand of eerder een vergiftigd geschenk voor u als schuldeiser, zal de tijd uitwijzen. In ieder geval zullen wij dit op de voet volgen en u op de hoogte houden van de verdere ontwikkelingen met betrekking tot deze materie.

Heeft u vragen over de gerechtelijke reorganisatie of over incasseren in België in het algemeen, aarzel dan vooral niet om met mij contact op te nemen via telefoonnummer +32 (0) 320 679 69.

Reageren