Gedwongen instemmen met een dwangakkoord?

Steeds vaker benaderen debiteuren hun leveranciers met het verzoek om akkoord te gaan met slechts een klein percentage van hun vordering, omdat anders een faillissement of wettelijke schuldsanering onafwendbaar is. Ook in onze praktijk maken wij steeds vaker mee dat debiteuren of hun advocaten dergelijke verzoeken bij ons of onze klanten neerleggen.

Het staat debiteuren natuurlijk vrij om in een financieel problematische situatie aan alle crediteuren het verzoek te doen om genoegen te nemen met minder dan de oorspronkelijke vordering. Steeds vaker wordt echter gedreigd met een dwangakkoord. Anders gezegd, wanneer de crediteur niet akkoord gaat met het aangeboden percentage, wordt gedreigd met een gang naar de rechter om een akkoord af te dwingen.

Een verzoek om een dwangakkoord op te leggen kan uitsluitend worden toegewezen als de crediteuren die zich verzetten in redelijkheid niet tot weigering van de instemming met de schuldenregeling hebben kunnen komen. Daarbij wordt een afweging gemaakt tussen enerzijds het belang van crediteuren dat zij hebben bij de uitvoering van de bevoegdheid tot weigering en anderzijds het belang van uw debiteur tot het dwangakkoord of van overige schuldeisers die door de weigering worden geschaad. Daarbij maakt de rechter de vergelijking tussen de situatie dat een debiteur tot schuldsanering zal worden toegelaten en het op te leggen dwangakkoord.

Voorwaarden

Aan welke voorwaarden moet een debiteur nu voldoen wil een akkoord via de rechter succesvol kunnen worden afgedwongen?

Stap 1: Allereerst moet beoordeeld worden of de debiteur niet meer aan zijn betalingsverplichtingen kan voldoen en inderdaad in een faillissementssituatie verkeert dan wel in aanmerking komt voor de Wet Schuldsanering Natuurlijk Personen (WSNP).

Stap 2: Vervolgens moet beoordeeld worden of het aanbod, een percentage van uw vordering, het maximale is wat kan worden betaald. Althans, dat er via het akkoord méér voor de crediteuren overblijft dan in een faillissements- of WSNP-situatie.

Stap 3: Verder is van belang dat uw belangen voor wat betreft de BTW-resitutie in de aangeboden regeling worden nageleefd. U kunt immers in het geval van een faillissement of schuldsanering op grond van de Wet omzetbelasting de BTW component die in uw vordering zit bij de fiscus terughalen. In het kader van een akkoord zal moeten blijken dat de debiteur afspraken heeft gemaakt met de fiscus die inhouden dat u als crediteur, als u met het akkoord instemt, in ieder geval nog het restant aan BTW kunt terughalen bij de fiscus. Een akkoord mag daar geen afbreuk aan doen.

Stap 4: Tot slot zal de debiteur het akkoord gespecificeerd en verifieerbaar moeten onderbouwen. Als de debiteur dit doet, de crediteur niet met een akkoord instemt en de rechter vervolgens het akkoord toch oplegt, kan dat gevolgen hebben voor de proceskosten. Als achteraf namelijk blijkt dat het aanbod ten onrechte en op onredelijke gronden is geweigerd, dan kan een crediteur veroordeeld worden in een deel van de proceskosten. Het uitgangspunt is wel dat de noodzaak en deugdelijkheid van een schuldensanering door de debiteur moet worden aangetoond. Dat blijkt overigens in de praktijk niet altijd gemakkelijk.

Laat u niet dwingen

Neem dus niet zomaar genoegen met een aanbod tegen finale kwijting en vraag door. Laat u niet onder druk zetten. Een rechter zal niet zomaar een dwangakkoord opleggen.

Geloof een debiteur niet zomaar op zijn blauwe ogen en vraag om duidelijke en verifieerbare informatie. Dan kunt u een inschatting maken of de debiteur het maximale aanbiedt en een beter bod doet dan in het geval van een faillissement of WSNP kan worden uitgekeerd. Vraag met name ook door op een regeling bij de fiscus ter zake de BTW.

Reageren