Incasseren van advocatendeclaraties, begroten of procederen?

  • dinsdag 6 december 2011 | Marketing afdeling

Stel, u bent advocaat en uw declaratie is niet betaald. Voor u is de maat vol. Zelfs in het buitengerechtelijke incassotraject slaagt u er niet in de vordering te verhalen. U kiest voor een procedure. Deze keuze is enorm belangrijk, want gaat u dagvaarden of schakelt u de deskundige Raad van Toezicht in uw arrondissement in? In geval van verschil van mening over de hoogte van het salaris van de advocaat, die in burgerrechtelijke zaken werkzaamheden heeft verricht, vindt de vaststelling van dat salaris plaats volgens het bepaalde in art. 32 tot en met 40 WTBZ. In deze (ver)oude(rde) uit 1843 daterende wet is een bijzondere rechtsgang geregeld. De daarbij aangewezen Raad van Toezicht is bij uitsluiting bevoegd.

In literatuur en lagere rechtspraak is vaker betoogd dat de begrotingsprocedure voor de rechtspraktijk onwenselijke gevolgen met zich brengt. Er zijn zelfs schrijvers die de begrotingsprocedure als een museumstuk beschouwen. Hoe erg voorstellen van de tegenstanders van de begrotingsprocedure de rechtspraktijk ook ten goede kunnen komen, feit blijft dat de begrotingsprocedure tot het positieve, dus nu geldende, recht behoort. Dit brengt weer met zich mee dat advocaten hier terdege rekening mee moeten houden, met name op het moment dat zij moeten kiezen om de vordering voor te leggen aan de bevoegde instantie. Meer dan eens wordt immers gekozen voor de burgerlijke rechter die zich – nadat de wederpartij een onbevoegdheidincident heeft opgeworpen – onbevoegd moet verklaren.

Deze regeling stoelt vooral daarop dat de Raden van Toezicht bij uitstek deskundig zijn om te begroten wat advocaten – “naar mate van het belang en de moeilijkheid der zaken, mitsgaders van den tijd, welke daaraan besteed heeft moeten worden” – toekomt als honorarium. De Hoge Raad heeft al in 1993 uitgemaakt dat de begrotingsprocedure alleen kan worden toegepast in geval van een geschil over de hoogte van het bedrag van de declaratie, maar niet in andere geschillen. Niet steeds zal de reden van niet-betaling door de wederpartij bij de advocaat bekend zijn. Indien de gewone civiele procedure wordt gevolgd, zal de rechter zich onbevoegd verklaren, indien de wederpartij verschijnt en zich alsnog – uitsluitend – op de hoogte van de declaraties beroept.

Het voorgaande veroorzaakt dus rechtsonzekerheid. Als handvat zou ik graag de volgende situaties voor willen leggen waarin de begrotingsprocedure niet de aangewezen rechtsgang is: de wederpartij stelt geen opdracht voor bepaalde werkzaamheden te hebben gegeven, de wederpartij stelt dat er een vaste prijsafspraak is gemaakt, uw wederpartij stelt niet de opdrachtgever te zijn geweest en/of in de situatie dat de wederpartij stelt dat de advocaat zodanig toerekenbaar is tekortgeschoten jegens hem, dan de wederpartij daardoor schade heeft geleden die de advocaat moet vergoeden. In deze situaties is de reguliere burgerlijke rechter derhalve bevoegd om te oordelen over de betaling van de declaraties van een advocaat. Wordt enkel de hoogte van de declaratie betwist, dan is bij uitsluiting de Raad van Toezicht bevoegd.

Kortom, het is van belang om te beoordelen welke bezwaren door de cliënt naar voren worden gebracht. Als gevolg daarvan dient een keuze voor een rechtsgang te worden gemaakt. Wij hebben de nodige ervaring met betrekking tot het buitengerechtelijk en gerechtelijk innen van niet betaalde advocatendeclaraties. Sinds 2002 heeft ons kantoor zich gespecialiseerd op het innen van declaraties van dienstverlenende professionals. Meer in het bijzonder richten wij ons op advocatenkantoren en accountants. Voor een vrijblijvende afspraak kunt u te allen tijde contact met ons opnemen.

Reageren