Laat de vervuiler betalen

Een oud dametje dat met haar AOW-tje een rekening niet op tijd kan betalen of een handelspartner die bewust de betalingstermijn negeert waardoor u in financiële problemen kunt raken. Het verschil tussen deze twee gevallen proeft iedereen. Toch heeft de rechterlijke macht, in tegenstelling tot de wetgever, ervoor gekozen om feitelijk geen onderscheid te maken tussen B2B en B2C vorderingen.

De Wet Incasso Kosten (W.I.K.) die op 1 juli 2012 in werking is getreden, zou het mogelijk moeten maken om op de zakelijke markt zodanig te contracteren dat de partij die in verzuim is een vooraf overeengekomen percentage van de vordering aan incassokosten verschuldigd is. Dit met als doel de wanbetaler te laten betalen voor de incassokosten en niet de leverancier/ dienstverlener die wél zijn afspraken is nagekomen. Doordat de vervuiler moet betalen, wordt hij tevens geprikkeld om zijn betalingsgedrag te verbeteren.

In de dagen rondom de Credit Expo van 2013 werd het rapport over de Wet Incasso Kosten (Rapport BGK-Integraal 2013) van de rechterlijke macht gepresenteerd. Hieruit bleek dat de rechterlijke macht één van de belangrijkste pijlers van de nieuwe regelgeving, te weten het maken van onderscheid tussen B2B en B2C, feitelijk van tafel wilde vegen en alles op één hoop wilde gooien. Contractuele afspraken over het betalen door de nalatige debiteur van de incassokosten, worden hierbij tenietgedaan.

Volgens mij is het standpunt dat nu door de rechterlijke macht wordt ingenomen in strijd met de trias politica, maar in ieder geval met het beginsel van contractsvrijheid bij transacties tussen ondernemingen. Op ons kantoor loopt nu een procedure over deze problematiek bij het gerechtshof in ’s-Hertogenbosch. Het Hof zal daarbij prejudiciële vragen gaan stellen aan de Hoge Raad. Wij gaan ervan uit dat het arrest van de Hoge Raad model zal staan voor de uitspraken die over incassokosten in Nederland vallen te verwachten. Wij houden u op de hoogte!

Sander Bierens

Reageren