Liever arbitrage dan de gewone rechter of juist andersom?

  • woensdag 2 oktober 2013 | Marketing afdeling

In veel bouwcontracten en daarbij behorende voorwaarden is standaard een zogenoemd arbitragebeding opgenomen. Het arbitragebeding bepaalt dat een geschil tussen partijen moet worden voorgelegd aan een arbitrage instituut. Zo bepalen de veel gebruikte AVA 2013 (Algemene voorwaarden voor Aanneming van werk) en UAV 2012 (Uniforme administratieve voorwaarden voor de uitvoering van werken en van technische installatiewerken) bijvoorbeeld dat geschillen moeten worden voorgelegd aan de Raad van Arbitrage voor de Bouw. Indien zich alsdan een geschil voordoet, moeten de betrokken partijen zich tot het arbitrage instituut wenden. Leggen zij de zaak toch voor aan de gewone rechter, dan zal deze zich onbevoegd moeten verklaren.

Wat is eigenlijk het verschil tussen een arbitrage en een gewone procedure? Een arbitrage betreft een in de wet verankerde vorm van particuliere rechtspraak. Een deskundige onafhankelijke arbiter doet een uitspraak over een geschil. In geval van een gewone procedure wijst een overheidsrechter een vonnis. Naast de specifieke deskundigheid verschillen ook de kosten tussen een arbitrage- en een gewone zaak. Een arbitrageprocedure is in de regel fors duurder dan een gewone procedure. Kent de zaak bijvoorbeeld een belang van € 22.000,00, dan bedraagt de waarborgsom bij de Raad van Arbitrage voor de Bouw € 3.750,00 (en wordt afgerekend op basis van de werkelijke kosten). Bij het kantongerecht dient daarentegen ‘slechts’ € 896,00 ter zake de griffierechten te worden betaald.

Of een geschil het beste kan worden voorgelegd aan een arbiter of een gewone rechter verschilt sterk per zaak en is daardoor van te voren moeilijk te bepalen. Indien het geschilpunt bijvoorbeeld zeer bouwtechnisch van aard is, is een arbitrageprocedure doorgaans de beste weg. Een gewone rechter zal om een oordeel over de zaak te kunnen vormen immers voor het bouwtechnische deel een deskundige moeten raadplegen, hetgeen ook kosten met zich mee zal brengen. Is het geschil meer juridisch van aard, dan heeft juist de gewone rechter de voorkeur. Laat uw debiteur uw facturen bijvoorbeeld onbetaald, omdat hij meent pas na 120 dagen tot betaling gehouden te zijn, dan kan zo’n geschil over de inhoud van het contract het beste aan de gewone rechter worden voorgelegd. De bouwtechnische deskundigheid van een arbiter voegt dan weinig toe.

Of een zaak aan een arbiter of een gewone rechter moet worden voorgelegd, leggen partijen vaak specifiek vast in algemene voorwaarden. Dat betekent dat partijen een keuze voor een rechtsgang al maken voordat een geschil is ontstaan. Aan deze keuze zijn partijen gebonden, waardoor er na het ontstaan van het geschil niets meer te kiezen is. Het voorafgaand aan een geschil uitsluiten van een bepaalde rechtsgang kan dus nadelig zijn. Wij adviseren daarom vaak juist een keuzemogelijkheid in een contract op te nemen. De betrokken partijen kunnen alsdan kiezen of zij een geschil voorleggen aan een arbiter of een gewone rechter. Op die manier houdt u de touwtjes in eigen hand.

Tags: 
Reageren