Pre-pack insolventie in Nederland? Nog even niet

  • donderdag 13 december 2012 | Marketing afdeling

“Pre-packaged” insolventie is een veelgebruikte insolventieprocedure in de Verenigde Staten en in het Verenigd Koninkrijk. Er wordt dan al voordat het faillissement daadwerkelijk wordt uitgesproken een ‘stille bewindvoerder’ benoemd die de mogelijkheid van een doorstart onderzoekt en eventueel doorvoert nadat hij tot curator is benoemd. In de afgelopen jaren is gebleken dat de Nederlandse rechtspraktijk hier ook behoefte aan heeft. Bij schuldenaren in financiële moeilijkheden, die een onderneming drijven, is het soms wenselijk dat de onderneming of onderdelen daarvan zo mogelijk vóór een eventueel faillissement worden verkocht om zoveel mogelijk (economische) waarde te behouden voor alle betrokken partijen.

Het voorontwerp Insolventiewet voorzag in deze praktijkbehoefte door een regeling voor te stellen voor de benoeming van een ‘stille bewindvoerder’ bij een schuldenaar in financiële moeilijkheden. Of dit voorontwerp ooit daadwerkelijk tot wet verheven zal worden is onduidelijk. Er is dus voorlopig geen Nederlandse wettelijke basis om een stille bewindvoerder te benoemen.

Pre-pack vergelijkbaar resultaat

Echter, op 22 februari 2011 oordeelde de rechtbank ’s-Hertogenbosch dat een deskundige benoemd kan worden als op grond van de beschikbare informatie onvoldoende kan worden beoordeeld of een schuldenaar verkeert in de toestand dat hij heeft opgehouden te betalen.
In deze zaak was de schuldenaar aangewezen op verkoop van zijn onderneming om de schuld aan de aanvrager van zijn faillissement te kunnen voldoen. Derhalve was zonder een ingrijpende reorganisatie een faillissement onvermijdelijk. Bij beoordeling van de vraag of de schuldenaar in een faillissementstoestand verkeert, moest worden onderzocht of zij in staat was binnen een redelijke termijn tot verkoop van haar onderneming te komen. Om daar nader onderzoek naar te doen, benoemde de rechtbank een deskundige. De rechtbank ’s-Hertogenbosch heeft in deze zaak dus gebruik gemaakt van de wettelijke mogelijkheden om tot een met de ‘pre-pack’ vergelijkbaar resultaat te komen. In de literatuur en jurisprudentie werd deze uitspraak toegejuicht.

Maar niet in alle gevallen…

De aanleiding voor het schrijven van dit artikel is echter een vonnis van de rechtbank Maastricht van 28 november 2012. In deze zaak heeft de schuldenaar de rechtbank verzocht om haar eigen faillissement uit te spreken. Zij verzocht de rechtbank tevens, alvorens tot het uitspreken van haar faillissement over te gaan, een onderzoek (als bedoeld in het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering) te bevelen door een deskundige. Deze deskundige zou in beslotenheid de mogelijkheden van een doorstart moeten onderzoeken. De rechtbank wijst dit verzoek echter af. De rechtbank stelt vast dat er sprake is van een toestand dat de schuldenaar is opgehouden met betalen en dat daardoor aanstonds het faillissement moet worden uitgesproken.

Het verzoek tot benoeming van een deskundige vindt volgens de rechtbank geen steun in de wet. Bovendien is de vraag of er sprake is van een faillissementstoestand in deze zaak al beantwoord, zodat er geen deskundige meer hoeft te worden benoemd om juist die vraag te beantwoorden. Dit is dus anders dan in de zaak die speelde bij de rechtbank ’s-Hertogenbosch. De schuldenaar probeerde zich er nog uit te redden, door te stellen dat de eigen aangifte en het verzoek tot benoeming van een deskundige niet als één verzoek moesten worden beschouwd. Omdat dit laatste verzoek niet op de wet is gebaseerd werd het door de rechtbank afgewezen. Het faillissementsverzoek wijst de rechter echter toe. De schuldenaar krijgt dus het deksel op haar neus.

Reageren