Smoes of terechte opschorting?

Als creditmanager weet u het al lang: debiteuren zijn heel creatief als het gaat om het verzinnen van een reden om niet te hoeven betalen. Daarbij nemen debiteuren vaak de term ‘opschorting’ in de mond als zijnde het einde van alle discussies. Maar is dat ook zo? Is alles wat als reden wordt aangevoerd om niet te betalen ook daadwerkelijk grond voor ‘opschorting’? En houdt daarmee alles op? En als er geen grond voor opschorting is, is alles wat de debiteur dan beweert klinkklare onzin? De welbekende smoes?

De voorwaarden voor een beroep op opschorting zijn op zich duidelijk. Om u wat meer inzicht te geven wat er zoal kan spelen rondom opschorting neem ik u graag mee aan de hand van een voorbeeld uit mijn praktijk.

Het betreft een bedrijf (laten we voor het gemak dit bedrijf aanduiden als Bedrijf A) dat softwarelicenties afneemt van Bedrijf B. Bedrijf A (debiteur) betaalt de vordering niet en de zaak wordt vervolgens aan ons overgedragen. In het gehele buitengerechtelijke traject erkent Bedrijf A dat ze een betalingsachterstand hebben. Echter op het moment dat de zaak middels een dagvaardingsprocedure bij de Kantonrechter wordt ondergebracht beroept Bedrijf A zich op opschorting van betaling omdat het niet goed gaat in de branche en zij de rekening niet kunnen voldoen. Mag dit zomaar?

Nee, dit mag niet zomaar. Hoewel er op elk moment een beroep op opschorting gedaan kan worden en er vooraf geen (schriftelijke) ingebrekestelling is vereist, is er wel een andere belangrijke regel die in acht genomen dient te worden. De debiteur moet namelijk een concrete reden opgeven waarom hij of zij de reeds opeisbare vordering niet wil betalen. En die reden waarom debiteur niet wil betalen moet ook gegrond zijn. Denk hierbij aan goederen die bij aankomst defect blijken te zijn of diensten die niet naar behoren zijn uitgevoerd. De algehele malaise in de branche is niet een dergelijke concrete reden die herleidbaar is tot de prestatie of de goederen. Het kan hoogstens een aanleiding zijn voor coulance door de leverancier.

Verder zal bij opschorting altijd duidelijk te kennen moeten worden gegeven wat er verlangd wordt, zodat de leverancier zijn verplichtingen alsnog na kan komen (het opsturen van nieuwe goederen of het repareren of vervangen van de defecte goederen bijvoorbeeld). Op dat moment zal de debiteur zijn verplichtingen (betaling) alsnog dienen na te komen. In het geval van Bedrijf A en B is er geen opschortingsbevoegdheid omdat Bedrijf A slechts aangeeft dat er niet voldoende geld in kas is om te betalen. Er is geen onenigheid over de geleverde goederen/diensten, maar het is slechts een verklaring waarom er niet betaald wordt.

Ook een crediteur/leverancier kan overigens gebruik maken van een opschortingsbevoegdheid. Denk bijvoorbeeld aan de situatie waarbij een kledingleverancier onbetaald wordt gelaten. In veel gevallen zal de debiteur/klant voor de komende seizoenen al nieuwe orders hebben geplaatst die nog door de leverancier dienen te worden uitgeleverd. Op dat moment kan de leverancier haar leveringsverplichting opschorten, totdat de debiteur de eerder geleverde kleding heeft betaald. Bovendien zou de leverancier in een dergelijk geval ook nog vooruitbetaling voor de nog te leveren orders kunnen verlangen.

Het één en ander is mede afhankelijk van hetgeen partijen daarover, bijvoorbeeld in de algemene voorwaarden, hebben afgesproken. Het echter zonder meer blijven doorleveren aan een niet betalende klant zou weleens uitgelegd kunnen worden als een schending van de schadebeperkingsplicht wat nadelig kan werken voor de leverancier. Houd hier rekening mee!

Over algemene voorwaarden gesproken. Opschorting is regelend recht. Dat wil zeggen dat de rechten die in de algemene voorwaarden zijn opgenomen (contractuele opschortingsrechten) de wettelijke opschortingsbevoegdheden kunnen beperken of zelfs uitsluiten op het moment dat beide partijen akkoord zijn gegaan met deze voorwaarden. De algemene voorwaarden zijn in dat geval bindend en die kunnen weleens onvoordelig uitpakken voor u. Neem dus de tijd om de algemene voorwaarden van de wederpartij goed uit te pluizen voor u een contract ondertekend.

Kortom, een beroep op opschorting van betaling vanwege het feit dat een debiteur een aantal weken in Brazilië vertoeft vanwege het WK voetbal 2014 is dan ook niet rechtmatig. Deze, eigenlijk ook wel voor de hand liggende conclusie, voorkomt helaas niet altijd dat de rechter eraan te pas moet komen om de debiteur daar haarfijn op te wijzen. En de consequentie van een onterecht beroep op opschorting is dan ook meestal dat de debiteur voor de rente en kosten moet opdraaien. En dat is rechtvaardigheid voor de crediteur vinden wij, want met smoezen maken wij graag korte metten.

Reageren