Wetsvoorstel aangenomen waarbij MKB wordt beschermd tegen lange betalingstermijnen van grootbedrijf

Goed nieuws voor MKB bedrijven: de Tweede Kamer heeft het wetsvoorstel “het tegengaan van onredelijk lange betaaltermijnen” aangenomen. Met dit wetsvoorstel mogen grote ondernemingen tegenover het MKB geen betalingstermijn langer dan 60 dagen meer hanteren. Naar verwachting zal dit wetsvoorstel ook door de Eerste Kamer worden aangenomen.

Auteur: Sander Bierens

Huidige wet in de praktijk niet gunstig voor het MKB

Sinds 16 maart 2013 is in Nederland De Richtlijn late betalingen van kracht, waarin de betalingstermijnen bij handelstransacties tussen bedrijven onderling zijn vastgelegd. Volgens deze Wet moet elke factuur binnen 30 dagen na ontvangst worden betaald, tenzij dat in het contract anders is afgesproken. Tot 60 dagen is toegestaan maar er mag alleen een betalingstermijn langer dan 60 dagen worden afgesproken als beide partijen dit uitdrukkelijk overeenkomen en mits dit niet “kennelijk onbillijk” is voor de schuldeiser. Een betalingstermijn langer dan 60 dagen is echter voor kleine bedrijven absoluut niet interessant. Feitelijk is er voor een MKB leverancier geen enkel argument om een betalingstermijn langer dan 60 dagen te willen vastleggen. Toch zien we in de praktijk dat veel grote ondernemingen langere betalingstermijnen hanteren ten opzichte van MKB leveranciers, soms tot 180 dagen. Omdat deze kleinere bedrijven vaak erg afhankelijk zijn van de grotere ondernemingen, zijn zij niet in staat om dit tegen te gaan.

Voortaan altijd binnen 60 dagen betalen

Doordat MKB leveranciers vaak door grote ondernemingen verplicht worden om een betalingstermijn langer dan 60 dagen aan te gaan, zijn veel MKB bedrijven zwaar in de problemen gekomen. De Wet schiet hiermee dus zijn doel voorbij, het heeft de kleinere bedrijven niet geholpen om betere afspraken te kunnen maken, in tegendeel. Gelukkig wordt de fout in deze Wet nu hersteld. Met de komst van de nieuwe Wet kunnen bedrijven namelijk niet langer een betalingstermijn langer dan 60 dagen afspreken. Een dergelijke afspraak is dan simpelweg in strijd met de Wet.

Langere betalingsafspraken niet meer geldig

Als de Wet ook door de Eerste Kamer wordt aangenomen, dan zijn de huidige betalingsafspraken tussen een groot bedrijf (als afnemer) en een MKB’er (als leverancier) langer dan 60 dagen nietig. De betalingstermijn zal van rechtswege omgezet worden in een betalingstermijn van 30 dagen. Na het verstrijken van deze 30 dagen kan de leveranciers dan ook rente vorderen. Deze vordering blijft volgens geldend recht 5 jaar in rechte afdwingbaar. Zeker wanneer een handelsrelatie is beëindigd zal de rentevordering regelmatig opgeëist worden, of worden verkocht. Er zullen immers genoeg partijen zijn die harde rentevorderingen op het grootbedrijf willen incasseren. Leverancier en afnemer kunnen ook niet overeenkomen dat van de rente afstand wordt gedaan. Een dergelijke verklaring is namelijk nietig.

Compliance en MVO

Het belangrijkste effect van deze Wet zal echter zijn dat grote bedrijven in het kader van hun compliance of vanwege hun MVO beleid niet in strijd met de Wet mogen handelen.  Gemaakte afspraken in het verleden over een betalingstermijn langer dan 60 dagen zijn dus niet langer geldig en zullen moeten worden aangepast. Dit heeft verdergaande consequenties dan alleen het risico van een rentevordering van een leverancier. Een groot bedrijf kan het zich namelijk niet permitteren om in strijd met de Wet te handelen. De Wet zal dus een grote impact hebben op de grote bedrijven die nu nog een betalingstermijn langer dan 60 dagen hanteren.

Rechtvaardigheid voor de crediteur

Ik ben blij dat ik de totstandkoming van deze Wet in woord en daad heb kunnen ondersteunen. Ik heb veel MKB bedrijven gezien die in de problemen zijn geraakt als gevolg van de fout in de huidige Wet. Gelukkig komt hier snel een einde aan en is er weer rechtvaardigheid voor de crediteur. Vanzelfsprekend houd ik u op de hoogte over de ontwikkelingen rondom deze nieuwe Wet. Wanneer de Wet wordt aangenomen door de Eerste Kamer zal ik dit uiteraard met u delen.

Reageren