Reactie HC op voorstel van wet: ‘Wet aanpak misstanden incassodienstverlening’

  • vrijdag 9 september 2016 | Marketing team

Eerder schreef Sander Bierens een artikel waarin hij zijn visie gaf op op het wetsvoorstel van Carola Schouten en Keklik Yucel om de misstanden in de incassodienstverlening aan te pakken. Sander Bierens is ook onderdeel van de Haagse Commissie, die het doel heeft om credit management onderwerpen onder de aandacht te brengen bij politiek "Den Haag". De Haagse Commissie is ook gevraagd om een reactie te geven op het wetsvoorstel. Hieronder de reactie van de Haagse Commissie:
 

Carola Schouten en Keklik Yucel hebben de Haagse Commissie om een reactie gevraagd op hun initiatiefwet inzake de aanpak misstanden incassodienstverlening. De Haagse Commissie, en daarmee de VVCM en het VCMB, is groot voorstander om de misstanden in de incassodienstverlening stevig aan te pakken. Dit is in het belang van de schuldenaar maar ook van de schuldeiser. Terecht wordt in de toelichting het onderzoek uit 2015 van de VCMB aangehaald, waaruit blijkt dat ook zeker onze achterban deze aanpak wenst. De Commissie staat dan ook volledig achter het door voormelde Tweede Kamerleden genomen initiatief om via nieuwe wetgeving een eerlijke, transparante en betrouwbare incassosector te kunnen garanderen. De Haagse Commissie heeft bij de initiatiefwet en haar toelichting verder de navolgende opmerkingen/aanbevelingen:

Omschrijving incassodienstverlening
De definitie in artikel 1 lid 1 van Incassodienstverlening is naar de mening van de Haagse Commissie te beperkt en zou ruimer geredigeerd moeten worden. Een incassobureau verleent in de praktijk meer diensten dan dit. Denk hierbij aan juridische advisering, preventieve bezoeken, verhaalsonderzoeken etc. Ook de aanverwante dienstverlening zou onder de initiatiefwet moeten vallen zodat ook deze diensten kunnen worden gereguleerd.

Incassovordering
De definitie van incassovordering in het eerste lid van artikel 1 is eveneens wat te beperkt en sluit andersoortige vorderingen uit. De Haagse Commissie adviseert ook deze definitie ruimer dan wel anders te redigeren. Het risico is anders aanwezig dat er creatieve constructies bedacht gaan worden waardoor men toch niet onder deze wetgeving gaat vallen.

Incassobureauregister en certificering
Het in het voorstel omschreven “Incassobureauregister” is een positieve actie die misstanden door ‘incasso-cowboys’ kan verminderen of voorkomen. De Haagse Commissie staat positief tegenover een dergelijk register en het stellen van strenge eisen hieraan. De Commissie staat echter negatief tegenover het wellicht verbinden aan een keurmerk zoals het in de toelichting aangehaalde NVI-keurmerk bij de eisen van vakbekwaamheid. In het licht van de probleemstelling is een keurmerk namelijk een te gering middel. Een verplicht kwaliteitsregime dat onderdeel uitmaakt van een verplichte vergunning of een certificering met dito entreetoets, volstaat beter in de aanpak van de misstanden in de incassobranche dan bijvoorbeeld een keurmerk. Controle en sanctionering, in het uiterste geval verlies van de vergunning is noodzakelijk, waardoor het incassobedrijf niet langer meer als zodanig kan en mag functioneren.

De Haagse Commissie benadrukt hierbij dat een keurmerk zoals hiervoor aangehaald, een bepaalde kwaliteitsassociatie geeft en dat deze term om die reden niet gebruikt moet worden. Dit betreft namelijk een totaal andere discussie dan die over certificering omdat certificering meer op het naleven van wetgeving en op normen en waarden betrekking heeft. Daardoor is certificering een veel krachtiger en eerlijker instrument en het middel bij uitstek voor deze initiatiefwet.

De VVCM en het VCMB zijn daarom voorstander van onafhankelijke certificering. Een certificaat dus dat volledig losstaat van een bepaalde branche-organisatie zodat sprake kan zijn van de gewenste onafhankelijkheid en onpartijdigheid. Het is naar de mening van de Haagse Commissie van groot belang dat wetgeving welk een eind moet gaan maken aan misstanden, geen “slager die zijn eigen vlees keurt” uitwerking gaat krijgen, maar een sterk instrumentarium tot zijn beschikking krijgt. Het draagvlak en de werkbaarheid van de wet zou hierdoor anders niet het gewenste effect krijgen.

Gerechtsdeurwaarder en incasso-advocaat
De Haagse Commissie wil bij dit onderwerp verder opmerken dat Gerechtsdeurwaarderskantoren en Incassoadvocaten al onder vergaande eisen vallen van resp. de KBvG en VIA. Daarnaast vallen zij uiteraard reeds onder het eigen tuchtrecht. De eisen waar deze kantoren daarom reeds aan moeten voldoen, zijn onbetwist verstrekkender dan de initiatiefwet. Voor deze bedrijven zou certificering feitelijk overbodig zijn en extra kosten betekenen evenals potentieel conflicterende regelgeving met zich meebrengen. De Commissie adviseert daarom een uitzondering voor deze vorm van incassodienstverleners in te bouwen. Inzage bij Kamer van Koophandel De in artikel 2 lid 8 genoemde inzage in het Incassobureauregister dient bij voorkeur kosteloos te zijn. Het in rekening brengen van kosten, zou een drempel opwerpen.

Verplichte betalingsregeling
Het in artikel 4 lid 2 onder f. opnemen van verplichte betalingsregeling in het geval dat de schuldenaar zich niet in staat acht tot volledige betaling, is onzes inziens niet gewenst en ook juridisch onmogelijk in het civielrechtelijk stelsel. Een schuldeiser kan niet verplicht worden tot het accepteren van een betalingsregeling, wat feitelijk het verplicht faciliteren van krediet zou betekenen. Dit ligt anders bij wettelijke schuldhulptrajecten die een compleet andere grondslag kennen en waarbij tegelijk ook stringente eisen worden gesteld aan de handelswijze van de schuldenaar in het kader van schuldsanering.

Tevens pleit hiertegen dat het verplichten om een betalingsregeling te treffen, zonder enige twijfel de gemiddelde betalingstermijn in het handelsverkeer zal oprekken. Dit is echter in strijd met alle mogelijke regelgeving, ook Europees, van de afgelopen jaren en geeft enorme economische schade. Sterker nog, binnen de Tweede Kamer staat er wetgeving op stapel om dit punt aan te pakken.

Derdengeldrekening
In de initiatiefwet zou een verplichting tot het hanteren van een gewaarborgde derdengeldrekening niet misstaan. Zowel de gerechtsdeurwaarder als de incasso-advocaat kent een dergelijke verplichting al. Geïncasseerde gelden worden daardoor afgescheiden van het kantoorvermogen van de incassodienstverlener als bescherming tegen faillissement of oneigenlijk gebruik.

Overgangstermijn
De in artikel 9 gehanteerde overgangstermijn van 5 jaar is bijzonder lang. De zwaarte en urgentie van de problematiek rechtvaardigt naar de mening van de Haagse Commissie eerder een termijn van 2 tot maximaal 3 jaar. De organisaties die hun zaken nu al op orde op hebben zullen geen lange termijn nodig hebben. Het zullen juist de huidige “cowboys” zijn die baat hebben bij een lange termijn van 5 jaar.

Ook B2B
De initiatiefwet ziet feitelijk op regulering bij B2C incasso. De Haagse Commissie constateert dat ook in de incassering van B2B vorderingen misstanden bestaan welke een wettelijk kader als de onderhavige rechtvaardigen. Wij pleiten er dan ook voor dat tevens incassovorderingen namens bedrijf op bedrijf, uitgevoerd door een incassobureau, onder deze nieuwe wetgeving gaan vallen. Ook de zakelijke incassomarkt verdient immers regulering en bescherming.

De wet incassokosten
Dan nog een laatste aanbeveling. Er bestaat reeds wetgeving betreffende incassokosten zoals in de Toelichting wordt aangehaald, te weten het Besluit normering vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten van 1 juli 2012. Er bestaat echter geen controle op het niet naleven van deze wet door incassodienstverleners laat staan dat hieraan sancties zijn verbonden. Controle en sancties op deze wet via nieuwe en bestaande wetgeving zijn een stap voorwaarts. De Haagse Commissie adviseert om dit in de initiatiefwet duidelijker naar voren te laten komen en te reguleren in artikel 4. Beide wetten kunnen voor wat betreft de vorderingen op consumenten derhalve op een duidelijker wijze aan elkaar gekoppeld worden. Voormelde wet op de incassokosten zou overigens naar de mening van de Haagse Commissie van toepassing moeten zijn op alle incassovorderingen op consumenten. Dus niet alleen op vorderingen van het bedrijfsleven, maar ook voor overheidsvorderingen. De huidige wet voorziet namelijk alleen in dwingendrechtelijke bepalingen voor de marktsector. Het Centraal Justitieel Incasso Bureau is hier een uitstekend voorbeeld van. Deze organisatie incasseert de meeste vorderingen voor de overheid, maar de vorderingen die zij incasseren vallen nagenoeg alle niet onder het genoemde Besluit. Een situatie die eigenlijk niet uit te leggen valt. Kijk hierbij ook naar de extra opgelegde administratiekosten die het CJIB in rekening brengt bij de burgers.

Conclusie
De Haagse Commissie staat volledig achter het initiatief om via nieuwe wetgeving een eerlijke, transparante en betrouwbare incassosector te kunnen garanderen. De initiatiefwet steunen wij dan ook van harte. Wij adviseren hierbij wel om een aantal definities in artikel 1 opnieuw te redigeren. Daarnaast vinden wij dat een eventuele koppeling met een willekeurig keurmerk een negatief en verzwakkend effect op de regulering zal hebben. Dit in tegenstelling tot een onafhankelijke en onpartijdige certificering wat een veel krachtiger instrument is. Verder zou de gerechtsdeurwaarder en incasso-advocaat een uitzonderingspositie in de initiatiefwet moeten hebben en dient inzage in het incassobureauregister kosteloos te zijn. De verplichting inzake het accepteren van een betalingsregeling conflicteert met het civielrechtelijk stelsel en heeft dus geen valide juridische grondslag. Daarnaast zal het een negatief effect hebben op betalingstermijnen in het algemeen, wat in strijd is met Europese en aanstaande Nederlandse wet- en regelgeving.

Een verplichting tot het instellen van een derdengeldrekening zou naar onze mening wel een gewenste aanvulling zijn. Ook het verkorten van de voorgestelde overgangstermijn wordt sterk geadviseerd door de Commissie evenals het brengen van B2B incassodienstverlening binnen het bereik van deze initiatiefwet. Tenslotte adviseren we een duidelijkere koppeling met de wet incassokosten tot stand te brengen.

Toelichting Haagse Commissie
Heeft u vragen over de reactie van de Haagse Commissie dan kunt u contact opnemen met het secretariaat via [email protected].

De Haagse Commissie van de VVCM en het VCMB is samengesteld uit leden van VVCM en het VCMB. De VVCM is de Vereniging Voor Credit Management en vertegenwoordigt meer dan 1000 credit managers van wie velen werkzaam in de incassodienstverlening. Het VCMB is het Verbond van Credit Management Bedrijven. Alle toonaangevende bedrijven werkzaam in het order-to-cash proces (credit management) zijn vertegenwoordigd in het VCMB, de markt.

Bron: VCMB

Reageren