Stoort u zich ook aan moeilijk taalgebruik door advocaten? Ik wel!

|
Auteur:
5 min.

Het recht, wat dat ook mag zijn, is iets abstracts, iets moeilijks, althans in de ogen van velen. Dat is volgens mij trouwens niet zo. Het lijkt er wel op dat er advocaten zijn die het erom doen en die wollige verhalen schrijven, vol met jargon en ambtelijke taal. Ze schrijven elkaar aan met “confrère” en “amice” en lijken bewust moeilijk te doen. Ik moet direct toegeven dat ik ook advocaat ben en dat je niet altijd ontkomt aan het gebruiken van (moeilijke) juridische begrippen. Die hebben nou eenmaal een bepaalde lading en door het gebruik probeer je een bepaald doel te bereiken. Met een ander begrip lukt dat niet. Dit toont direct aan dat advocaten in een spagaat verkeren: gaan ze juridisch correct schrijven of proberen ze begrijpelijk te schrijven? Ik kies voor het laatste. Ik wil dat mijn klanten, dus geen “cliënten”, mij begrijpen. Daar gaat het uiteindelijk namelijk om.

Hoe probeer ik begrijpelijker te schrijven?

Ik heb het in mijn correspondentie dus niet over een “conclusie van antwoord” met een “eis in reconventie”, maar ik laat de klant weten dat de wederpartij schriftelijk heeft gereageerd op onze dagvaarding en een tegenvordering heeft ingesteld. Dat is veel beter te begrijpen door klanten en mensen die niet juridisch geschoold zijn. Het dwingt advocaten tot het simpel maken van moeilijke zaken. Terecht vind ik. Het is dan niet nodig om ouderwetse woorden te gebruiken, of juridische woorden. Die laatste kunnen immers worden uitgelegd. Het helpt ook om kopjes te gebruiken, zodat richting wordt gegeven aan de tekst en het helpt zeker om korte zinnen te gebruiken met zo min mogelijk woorden. Ik heb me zelfs laten vertellen dat zinnen met meer dan 20 woorden moeilijk te begrijpen zijn. Liever gebruik je gemiddeld 12 woorden per zin. Deze column laat al zien dat dit lastig is.

Voorbeelden van moeilijk taalgebruik

Dus ik probeer zo min mogelijk zinnen te gebruiken zoals: “in het kader van”, “in ogenschouw nemen”, “met gebruikmaking van” en “uit hoofde van”. Beter is om te gebruiken: “door”, “bekijken”, weer “door” en “op grond van”. Ook probeer ik termen als “aangaande”, “anderzijds”, “derhalve”, “gaarne”, “heden” en “hoogachtend” zoveel mogelijk te vermijden. Het is wat mij betreft onnodige stoerdoenerij, dat alleen maar af zal leiden van de kern: het contact met de klant, en het managen van zijn/haar verwachtingen, maar ook over de inhoud van de zaak. Ik kom soms zelfs nog zinnen tegen zoals: “Wij vernemen gaarne of u voornemens bent reeds heden de bescheiden te verzenden”. Dit kan zóveel simpeler en korter. Maak er gewoon van: “Stuurt u mij de documenten vandaag op?”. Voor iedereen duidelijk en dat is belangrijk.

Op de goede weg, maar nog lange weg te gaan

Eerlijk is eerlijk, we hebben nog een lange weg te gaan. Dat zie ik ook als ik de meeste blogs van mezelf en andere advocaten lees. Ook ik en de andere advocaten van ons kantoor schrijven soms nog onnodig moeilijk. We zijn ons er wel steeds meer van bewust en we proberen er iets aan te doen. Zo hebben we al onze sjablonen afgestoft en toegankelijker gemaakt. We moesten daarbij soms zelfs lachen om de ouderwetse brieven die soms dus nog steeds worden gebruikt. We gaan echter de goede kant op. We vragen ons af wie de lezer van onze berichten is. Het maakt nogal uit of dit de rechtbank is of een klant. U wilt toch geen ongebreidelde en langdradige juridische teksten moeten doorploeteren? Onze berichten moeten gemakkelijk te verteren zijn. Bijvoorbeeld om “on the go” te lezen.

Geeft u ons de tijd of heeft u liever dat we ambtelijk en vol jargon blijven schrijven?